Datum Gepubliceerd: 06.08.2026
Laatste Update: 06.08.2026
Geplaatst Door
img

Een groot deel van je CO2-uitstoot zit niet binnen je eigen muren, maar bij leveranciers, transporteurs, afnemers en andere partijen in de keten. Juist daarom is ketenpartners betrekken bij scope 3 geen bijzaak, maar een belangrijke basis voor betrouwbaardere inzichten en effectieve reductie. Als je alleen met generieke aannames werkt, mis je vaak waar de grootste impact zit. Door gericht samen te werken met ketenpartners kun je betere data krijgen, scherper zicht op emissiedrivers krijgen en meer grip krijgen op reductiemaatregelen die echt uitvoerbaar zijn.

Voor veel organisaties speelt dit bovendien steeds nadrukkelijker door vragen vanuit CSRD, SBTi, aanbestedingen en de CO2-Prestatieladder. In deze gids lees je hoe je scope 3 praktisch aanpakt: welke ketenpartners je als eerste betrekt, welke gegevens je kunt uitvragen, hoe je omgaat met ontbrekende data en hoe je de stap maakt van inventarisatie naar concrete CO2-reductie in de keten. Heb je behoefte aan directe begeleiding, bekijk ons advies over Scope 3-emissies in de waardeketen.

Waarom ketenpartners betrekken steeds belangrijker wordt bij scope 3

Scope 3 gaat over indirecte emissies in je waardeketen. Denk aan ingekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, upstream en downstream transport, afvalverwerking, gebruiksfase en end-of-life van producten. In veel sectoren vormen deze emissies het grootste deel van de totale footprint. Wie scope 3 serieus wil berekenen, kan voor prioritaire activiteiten veel waarde halen uit input uit de keten, maar scope 3-emissies in de waardeketen kunnen ook worden berekend of geschat met secundaire, proxy-, activity-based of voor bepaalde categorieën spend-based data.

De druk om die keten transparanter te maken neemt toe. CSRD en ESRS E1 kunnen rapportageverplichtingen opleggen, maar toepasselijkheid hangt af van omvang, rechtsvorm, groepsstructuur, listing status en overgangsrecht. Controleer daarom steeds de actuele EU- en Nederlandse regels, zeker gezien wijzigingen in 2025 en 2026. Daarnaast kunnen sommige klanten, financiers, aanbestedende diensten en rapportageplichtige bedrijven om CO2-data uit de waardeketen vragen. Ook binnen trajecten rond SBTi en de CO2-Prestatieladder wordt samenwerking met ketenpartners vaak belangrijker, zeker wanneer je niet alleen wilt rapporteren maar ook wilt reduceren.

Het praktische gevolg is simpel: hoe beter je ketenpartners aanhaakt, hoe sterker je scope 3-analyse wordt. Je krijgt dan niet alleen een footprint op papier, maar een bruikbaar beeld waarmee je kunt prioriteren, onderbouwen en sturen.

Wat betekent ketenpartners betrekken voor scope 3 in de praktijk?

Ketenpartners betrekken betekent dat je relevante partijen actief meeneemt in je dataverzameling, analyse en reductieaanpak. Dat begint meestal bij leveranciers, maar kan ook transporteurs, productiepartners, distributeurs, afvalverwerkers en soms klanten omvatten. Welke partijen relevant zijn, hangt af van je sector, je businessmodel en de scope 3-categorieën met de meeste impact. Lees ook Scope 3-categorieën uitgelegd.

In de praktijk bestaat dit vaak uit drie onderdelen:

  • het selecteren van de belangrijkste ketenpartners op basis van emissie-impact en beïnvloedbaarheid;
  • het uitvragen van activiteitendata, productspecifieke CO2e-data of onderliggende aannames;
  • het vertalen van die informatie naar betere berekeningen en gezamenlijke reductiekansen.

Het doel is niet om meteen van iedere partij perfecte data te krijgen. Een goede scope 3-aanpak is meestal stapsgewijs. Je start met de grootste emissiebronnen, bouwt datakwaliteit op en werkt toe naar meer detail, betere herleidbaarheid en een goed gedocumenteerde onderbouwing.

Met welke ketenpartners begin je?

Niet elke ketenpartner hoeft direct dezelfde aandacht te krijgen. De slimste aanpak is prioriteren. Begin bij partijen die het meest bijdragen aan je scope 3-emissies of die veel invloed hebben op materiaalkeuzes, energiegebruik, logistiek of productgebruik.

Vaak zijn dit de volgende groepen:

  • leveranciers van emissie-intensieve grondstoffen of halffabricaten;
  • producenten van producten of componenten met hoge materiaal- of energie-impact;
  • logistieke partners met grote transportvolumes;
  • afnemers of gebruikers wanneer de gebruiksfase een grote rol speelt;
  • afval- of recyclingpartners wanneer end-of-life relevant is.

Maak daarbij een eenvoudige prioritering op basis van drie criteria:

  • verwachte emissieomvang en reductiepotentieel;
  • datakwaliteit en beschikbaarheid van data;
  • mate van beïnvloedbaarheid, risico’s, kansen en stakeholderbelangen.

Zo voorkom je dat je veel tijd besteedt aan partijen met weinig impact, terwijl de grootste scope 3-emissies nog grof geschat blijven.

Welke data kun je uitvragen bij leveranciers en andere ketenpartners?

De beste data hangt af van de scope 3-categorie en de volwassenheid van je ketenpartner. In veel gevallen is het niet nodig om direct een volledige LCA of productspecifieke footprint op te vragen. Vaak kom je al ver met goede activiteitendata en duidelijke bronverwijzingen.

Veelvoorkomende datatypen voor scope 3

  • materiaalhoeveelheden per product of productgroep;
  • energieverbruik in productie of verwerking;
  • brandstofverbruik of transportkilometers;
  • transportmodaliteit, beladingsgraad en route-informatie;
  • verpakkingsdata;
  • afvalstromen en verwerkingsroutes;
  • productspecifieke CO2e-data, zoals een Product Carbon Footprint (PCF) of het klimaatveranderingsresultaat uit een LCA, inclusief systeemgrenzen en functionele eenheid;
  • locatiespecifieke data, bijvoorbeeld elektriciteitsmix of productielocatie.

Waar let je op bij het uitvragen van data?

  • Vraag alleen informatie uit die je echt nodig hebt voor de berekening of reductieaanpak.
  • Maak duidelijk voor welk doel de data wordt gebruikt, zoals CSRD, CO2-footprint, SBTi of CO2-Prestatieladder.
  • Leg vast over welke periode de data gaat.
  • Vraag naar bron, methode en aannames.
  • Zorg dat de aangeleverde informatie herleidbaar blijft voor latere controles of beoordelingen.

Hoe concreter en consistenter je uitvraag, hoe groter de kans op bruikbare antwoorden.

Hoe volwassen zijn ketenpartners meestal in scope 3-data?

De datavolwassenheid van ketenpartners verschilt sterk. Sommige grote leveranciers hebben al CO2-beleid, een eigen footprint, SBTi-doelen of productspecifieke emissiedata. Andere partijen staan nog aan het begin en kunnen hooguit volumes, energierekeningen of transportdata delen. Vooral in internationale ketens of bij kleinere leveranciers is dat verschil vaak groot.

Daarom werkt een uniforme aanpak zelden. Segmentatie is belangrijk. Verdeel ketenpartners bijvoorbeeld in:

  • partners met geverifieerde of goed onderbouwde CO2-data;
  • partners met basisdata en een eerste berekeningsaanpak;
  • partners zonder bruikbare CO2-data, maar met wel beschikbare activiteitendata;
  • partners waar voorlopig alleen generieke emissiefactoren mogelijk zijn.

Met zo’n indeling kun je per groep bepalen welke uitvraag realistisch is en welke ondersteuning nodig is. Dat voorkomt frustratie aan beide kanten en levert sneller bruikbare scope 3-inzichten op.

Hoe verzamel je scope 3-data zonder de samenwerking te vertragen?

De grootste fout bij ketensamenwerking is vaak dat organisaties te veel, te technisch of te vroeg uitvragen. Een efficiënte aanpak begint met eenvoud. Vraag eerst de data op die echt nodig is om de grootste emissiestromen beter te begrijpen. Werk daarna stapsgewijs naar meer detail.

Voor praktische templates en voorbeeldverzoeken vind je meer in onze gids voor dataverzameling bij Scope 3.

Praktische uitgangspunten voor een werkbare uitvraag

  • Start met de meest materiële scope 3-categorieën.
  • Gebruik een vaste vragenlijst of datatemplate.
  • Sluit aan op bestaande rapportages of datasets van leveranciers.
  • Beperk dubbel werk door definities en eenheden vooraf vast te leggen.
  • Documenteer versies, bronnen en aannames centraal.

Wat samenwerking makkelijker maakt

Ketenpartners werken eerder mee als ze begrijpen waarom je data vraagt en wat er met de uitkomst gebeurt. Leg daarom uit of de informatie nodig is voor een Corporate Carbon Footprint, een scope 1 2 3 inventarisatie, een audittraject, een reductieroadmap of rapportage onder CSRD. Laat ook zien dat betere data kan leiden tot gerichtere verbeteracties, en niet alleen tot extra administratieve last.

Een centrale datastructuur helpt daarbij. Wanneer gegevens, bronnen en aannames goed worden vastgelegd, kun je data hergebruiken, jaarlijkse updates eenvoudiger maken en de herleidbaarheid verbeteren. Dat is niet alleen handig voor interne sturing, maar ook voor traceerbare rapportage.

Wat doe je als productspecifieke CO2-data nog ontbreekt?

Bij veel organisaties is dit de realiteit. Je hoeft dan niet te wachten met scope 3-berekeningen. Een pragmatische aanpak is om per scope 3-categorie de daarvoor geschikte GHG Protocol-methode te gebruiken, afhankelijk van wat beschikbaar is. Denk aan materiaalvolumes, kilogrammen, liters, kilowatturen, tonkilometers of inkoopwaarde per categorie.

Daarmee kun je een eerste grove analyse of screening opzetten. Gebruik hiervoor onze handleiding voor Scope 3-screening. Vanuit dat startpunt kun je later verfijnen met leveranciersspecifieke data, PCF’s of LCA-informatie. Deze stapsgewijze opbouw sluit goed aan op hoe veel organisaties hun scope 3 volwassener maken.

Belangrijk is wel dat je transparant blijft over:

  • welke emissiefactoren zijn gebruikt;
  • welke aannames onder de berekening liggen;
  • waar datagaps zitten;
  • welke categorieën later verder worden aangescherpt.

Zo blijft je analyse bruikbaar, verdedigbaar en klaar om in volgende jaren te verbeteren.

Van ketendata naar reductie: hoe maak je de stap?

Scope 3-data is pas echt waardevol als je er beslissingen mee kunt nemen. Zodra je inzicht hebt in de grootste emissiedrivers, kun je samen met ketenpartners kijken waar reductie haalbaar is. Dat kan gaan om materiaalkeuzes, ontwerp, transport, energiegebruik, verpakking, levensduur of end-of-life.

Veelvoorkomende reductierichtingen zijn:

  • inkoop van materialen met een lagere CO2-footprint;
  • optimalisatie van transportmodaliteit of beladingsgraad;
  • herontwerp van verpakkingen;
  • efficiëntere productieprocessen bij leveranciers;
  • langere levensduur of lager energiegebruik in de gebruiksfase;
  • betere recycling of circulaire terugname.

De beste reductiekansen ontstaan vaak waar data en samenwerking samenkomen. Je ziet dan niet alleen welke categorie groot is, maar ook welke ketenpartner invloed heeft en welke maatregel realistisch uitvoerbaar is. Door CO2-prestaties mee te nemen in inkoopcriteria, leveranciersgesprekken en roadmapvorming, en dit te koppelen aan een duurzame inkoopstrategie, kan scope 3 beter worden gebruikt als stuurinformatie in plaats van een losse rapportageverplichting.

Een praktische aanpak in 4 stappen

1. Breng je relevante scope 3-categorieën in beeld

Maak eerst een grove inventarisatie van de categorieën met de grootste verwachte impact. Gebruik hiervoor het GHG Protocol als kader en kijk waar je emissies waarschijnlijk zitten: ingekochte goederen, transport, gebruiksfase, afval of andere relevante posten.

2. Prioriteer de belangrijkste ketenpartners

Selecteer de partijen die het meest relevant zijn op basis van emissieomvang, invloed, reductiepotentieel, risico’s, kansen, stakeholderbelangen en beschikbare data. Niet alles hoeft tegelijk. Begin waar de grootste winst zit.

3. Verzamel en structureer data auditklaar

Vraag data gestructureerd uit en leg broninformatie, aannames, versies en emissiefactoren en dataverzameling vast. Zo kun je je scope 3-berekeningen later reproduceren, verbeteren en onderbouwen richting interne controle, assurance of rapportage.

4. Vertaal inzichten naar reductie en borging

Werk de grootste emissiedrivers uit in concrete reductieacties. Leg vast wie verantwoordelijk is, welke ketenpartners betrokken blijven en hoe voortgang wordt gevolgd. Daarmee koppel je inventarisatie direct aan een CO2-reductiestrategie en roadmap.

Waar let je op bij CSRD, SBTi en de CO2-Prestatieladder?

Hoewel de precieze eisen per kader verschillen, hebben ze één ding gemeen: zonder goede ketendata blijft scope 3 vaak zwakker onderbouwd. Binnen CSRD en ESRS E1 is de kwaliteit van je onderliggende data en methodiek belangrijk, maar toepasselijkheid en inhoud hangen af van de actuele regels en versies. Bij SBTi hangt de vereiste aanpak af van de toepasselijke standaard en het bedrijfsprofiel; onder de huidige supplier-engagementcriteria zijn scope 3-doelen vereist wanneer scope 3 meer dan 40% van de totale scope 1, 2 en 3-emissies vormt, waarbij de relevante doelen gezamenlijk ten minste 67% van scope 3 moeten afdekken. En binnen de CO2-Prestatieladder geldt dat in versie 4.0 het schema drie treden kent: trede 2 richt zich op de waardeketen en scope 3, en trede 3 stelt de hoogste eisen.

Daarom is het verstandig om je dataverzameling niet alleen op snelheid, maar ook op herleidbaarheid in te richten. Een goede bronnenlog, duidelijke methodiekeuzes en vastgelegde aannames helpen om rapportages consistenter te maken en latere discussies te voorkomen.

Hoe Dutch Carbon Consultants kan helpen

Dutch Carbon Consultants ondersteunt organisaties bij het praktisch en datagedreven betrekken van ketenpartners voor scope 3. Dat kan gaan om een scope 1, 2 en 3 inventarisatie, het structureren van scope 3-dataverzameling, het selecteren van emissiefactoren, het dichten van datagaps en het opzetten van een goed gedocumenteerde onderbouwing.

Daarnaast helpt Dutch Carbon Consultants om scope 3-inzichten te vertalen naar een CO2-reductiestrategie, roadmap of rapportage die aansluit op kaders zoals het GHG Protocol, de CO2-Prestatieladder, SBTi en CSRD. De aanpak is praktisch: niet onnodig complex, maar wel volledig genoeg om tot bruikbare inzichten en een sterke basis voor reductie te komen.

Meer weten? Neem contact op.

Moet ik voor scope 3 altijd alle leveranciers benaderen?

Nee. In de meeste gevallen begin je met de leveranciers en ketenpartners die de grootste bijdrage leveren aan je emissies of waar je de meeste invloed op hebt. Prioriteren is essentieel om de aanpak werkbaar te houden.

Wat als leveranciers geen CO2-data hebben?

Dan kun je vaak starten met activiteitendata, zoals volumes, energieverbruik of transportgegevens. Als ook die beperkt beschikbaar zijn, kun je tijdelijk werken met generieke emissiefactoren of, waar passend binnen de betreffende scope 3-categorie, spend-based data, zolang je aannames goed documenteert.

Wat is beter: spend-based of leverancier-specifieke data?

Leverancier-specifieke data is vaak representatiever en nuttig voor het volgen van reducties, maar niet automatisch van hogere kwaliteit. Spend-based data kan bruikbaar zijn voor een eerste screening of als terugvaloptie waar de guidance dat toestaat. De beste aanpak is vaak om grof te starten en daarna gefaseerd te verfijnen met specifiekere ketendata.

Wanneer is productspecifieke CO2-data nodig?

Dat hangt af van het doel. Voor een eerste scope 3-analyse is het niet altijd noodzakelijk. Voor nauwkeuriger sturen, vergelijken van alternatieven, aanbestedingen of diepere reductiekeuzes wordt productspecifieke data vaak wel belangrijker.

Hoe maak ik mijn scope 3-aanpak auditklaar?

Zorg voor een duidelijke methodiek, consistente afbakening, onderbouwde emissiefactoren en een complete vastlegging van bronnen, aannames en datagaps. Herleidbaarheid is net zo belangrijk als de uitkomst zelf.

Welke scope 3-categorieën zijn meestal het meest relevant?

Welke categorieën materieel zijn, verschilt per organisatie. Screen de relevante scope 3-categorieën en bepaal daarna op basis van omvang, risico, invloed en datakwaliteit waar de grootste impact zit.

Schrijft u zich nu in voor onze nieuwsbrief!