Datum Gepubliceerd: 09.06.2026
Laatste Update: 09.06.2026
Geplaatst Door
img

Werk je met een CO2-footprint, CSRD, CO2-Prestatieladder of interne duurzaamheidsrapportage? Dan zijn de juiste CO2 emissiefactoren 2026 onmisbaar. Een kleine wijziging in een emissiefactor kan namelijk direct invloed hebben op je uitkomsten, vergelijkingen met eerdere jaren en de onderbouwing van je rapportage. Zeker bij elektriciteit, vervoer, warmte, brandstoffen en afvalstromen is het belangrijk om factoren van het juiste verslagjaar te gebruiken en je bronvermelding goed vast te leggen.

Op deze pagina lees je wat CO2-emissiefactoren 2026 zijn, hoe je ze toepast in de praktijk en waar organisaties vaak de fout in gaan. Ook lichten we toe waarom verschillen tussen location-based en market-based stroom, well-to-tank, tank-to-wheel en biogene emissies ertoe doen voor een auditproof CO2-berekening.

Wat zijn CO2-emissiefactoren 2026?

CO2-emissiefactoren 2026 zijn rekenwaarden waarmee je activiteitendata omzet naar uitstoot in CO2-equivalenten. Denk aan kWh elektriciteit, liters brandstof, gereden kilometers, ingekochte warmte of kubieke meters aardgas. Door verbruik te vermenigvuldigen met de juiste emissiefactor bereken je de bijbehorende uitstoot.

Voor Nederlandse organisaties worden Actuele emissiefactoren in Nederland gebruikt binnen standaardkaders voor CO2-berekeningen en rapportage, zoals het GHG Protocol, ISO 14064, CSRD-gerelateerde rapportage, nulmetingen en reductieroadmaps.

Belangrijk is dat je altijd de factoren van het verslagjaar gebruikt. Voor een footprint over 2026 werk je dus met de emissiefactoren 2026, tenzij een methode of norm expliciet iets anders voorschrijft. Leg daarnaast altijd vast welke bron, versie en peildatum je hebt gebruikt.

Waarom de emissiefactoren van 2026 niet zomaar gelijk zijn aan 2025

Emissiefactoren veranderen jaarlijks door nieuwe brondata, gewijzigde energiemixen, aangepaste productieketens en methodische correcties. Daardoor kan dezelfde activiteit in 2026 een andere uitstootwaarde hebben dan in 2025. Dat is geen rekenfout, maar een gevolg van geactualiseerde data.

In de praktijk zie je dit vooral terug bij:

  • elektriciteit door veranderingen in de stroommix
  • warmte en koude door aangepaste onderliggende energie-inzet
  • vervoer door nieuwe voertuig- en brandstofdata
  • biobrandstoffen en groengas door geactualiseerde keteninformatie
  • afval en afvalwater door nieuwe landelijke datasets

Vergelijk je jaren met elkaar, bijvoorbeeld 2025 versus 2026, dan moet je vooraf bepalen of je een zuivere trendanalyse wilt maken op basis van de originele jaarfactoren of een herrekende vergelijking op basis van één vaste factorenset. Zonder die keuze trek je al snel verkeerde conclusies over reductie of stijging.

Waar gebruik je CO2-emissiefactoren 2026 voor?

De meeste organisaties gebruiken CO2 emissiefactoren 2026 om verbruiksdata om te zetten naar een CO2-footprint voor bedrijven. Dat geldt voor scope 1, scope 2 en vaak ook delen van scope 3. De factoren helpen je om op een consistente manier te rekenen en resultaten onderbouwd te rapporteren. Wil je dit consistent doen over alle scopes? Bekijk onze Scope 1, 2 en 3 inventarisatie.

  • Bij scope 1 voor bijvoorbeeld aardgas, brandstoffen en koudemiddelen
  • Bij scope 2 voor elektriciteit, warmte en koude
  • Bij scope 3 voor zakelijk verkeer, woon-werkverkeer, afvalstromen of ingekochte energiegerelateerde activiteiten

Daarnaast gebruik je emissiefactoren om scenario’s door te rekenen. Denk aan de vraag wat elektrificatie van wagenpark, overstap op andere energiecontracten of een andere reisregeling betekent voor je totale uitstoot. Goede emissiefactoren zijn dus niet alleen nodig voor compliance, maar ook voor sturing.

Belangrijke aandachtspunten bij het toepassen van emissiefactoren 2026

Gebruik altijd het juiste verslagjaar

Een veelgemaakte fout is het combineren van activiteitsdata uit 2026 met factoren uit 2025 of omgekeerd. Daarmee verliest je rapportage aan betrouwbaarheid. Gebruik daarom steeds de emissiefactoren die horen bij het jaar waarover je rapporteert.

Documenteer bron, versie en peildatum

Leg vast welke bron je hebt gebruikt, op welke datum je de factor hebt overgenomen en welke aannames je hebt gemaakt. Zeker wanneer factoren later worden gecorrigeerd of met terugwerkende kracht wijzigen, wil je kunnen aantonen hoe jouw berekening tot stand is gekomen.

Let op correcties en terugwerkende kracht

Sommige wijzigingen zijn niet alleen technisch of tekstueel, maar raken de inhoud van de emissiefactor zelf. In dat geval kan het nodig zijn om eerdere berekeningen te herzien, bijvoorbeeld als je een vergelijkende analyse maakt of een auditproof rapportage moet opleveren.

Vergelijk jaren alleen met een duidelijke methode

Als emissiefactoren wijzigen, kan een uitstootstijging op papier ontstaan terwijl je feitelijke activiteit gelijk bleef of zelfs daalde. Maak daarom onderscheid tussen:

  • verandering door activiteit, zoals meer kilometers of hoger gasverbruik
  • verandering door factorupdate, zoals nieuwe stroom- of brandstoffactoren

Verdiep je in de implicaties van methodekeuzes en allocatie in Berekenmethodes voor CO2 en allocatie.

Elektriciteit in 2026: location-based of market-based?

Bij stroom is het onderscheid tussen location-based en market-based essentieel. Beide methoden kunnen geldig zijn, maar ze beantwoorden een andere vraag. Daarom moet je vooraf bepalen welke methode je gebruikt en dat ook consequent doen in je rapportage.

Location-based stroomfactor

De location-based factor is gebaseerd op de gemiddelde elektriciteitsmix van het net. Deze methode laat zien wat de uitstoot is op basis van de feitelijke netmix waar jouw verbruik onderdeel van is. Deze benadering wordt veel gebruikt voor algemene footprintanalyses en vergelijkingen op netniveau.

Market-based stroomfactor

De market-based factor kijkt naar de contractuele inkoop van elektriciteit, zoals garanties van oorsprong of specifieke stroomproducten. Daarmee laat je zien welk type stroom je hebt ingekocht. Deze methode is relevant als je organisatie actief stuurt op groene stroomcontracten of dit moet aantonen in rapportages. Meer achtergrond over de relevante elektriciteitsfactor vind je in CO2 per kWh in Nederland.

Waarom dit verschil grote impact kan hebben

Bij organisaties met een hoog elektriciteitsverbruik kan het verschil tussen location-based en market-based uitkomsten aanzienlijk zijn. Dat heeft direct invloed op scope 2, op je totale footprint en op de interpretatie van reductieresultaten. Gebruik daarom niet willekeurig één van beide methoden, maar sluit aan bij het doel van je rapportage en de gehanteerde standaard.

Well-to-tank, tank-to-wheel en well-to-wheel

Voor brandstoffen en mobiliteit zijn niet alle emissiefactoren hetzelfde opgebouwd. Sommige factoren laten alleen de uitstoot bij verbranding zien, andere nemen ook de uitstoot uit winning, productie en transport mee. Dat verschil is belangrijk voor een correcte interpretatie.

Tank-to-wheel

Tank-to-wheel gaat over de emissies tijdens het gebruik van de brandstof of energiedrager. Bij voertuigen is dit de uitstoot die vrijkomt tijdens het rijden. Dit deel wordt vaak gebruikt voor directe emissies in scope 1.

Well-to-tank

Well-to-tank beschrijft de emissies die ontstaan voordat de energiedrager wordt gebruikt. Denk aan winning, raffinage, productie, opwerking en transport. Deze ketenemissies zijn vooral relevant wanneer je een completer beeld wilt geven van de klimaatimpact.

Well-to-wheel

Well-to-wheel is de som van tank-to-wheel en well-to-tank. Deze benadering wordt vaak gebruikt voor mobiliteitsanalyses, ketenberekeningen en beleidsvergelijkingen tussen brandstoffen en voertuigtypen. Voor elektrische mobiliteit, alternatieve brandstoffen en bio-based opties is dit onderscheid extra belangrijk, omdat de gebruiksfase soms laag is terwijl de ketenimpact juist zwaarder meetelt.

Biogene emissies: wanneer neem je die apart op?

Bij brandstoffen of energiedragers van biogene oorsprong worden biogene emissies vaak apart weergegeven. Dat is belangrijk omdat deze uitstoot methodisch anders wordt behandeld dan fossiele CO2. In sommige rapportages neem je biogene CO2 niet mee in dezelfde optelling als fossiele emissies, maar rapporteer je die afzonderlijk.

Dit speelt onder meer bij:

  • biobrandstoffen
  • groengas
  • mengvormen met bio-bijmenging
  • bepaalde afval- en reststromen

Gebruik je emissiefactoren 2026 voor een footprint, dan is het verstandig om expliciet vast te leggen hoe je met biogene emissies omgaat. Dat voorkomt onduidelijkheid in audits, interne rapportages en communicatie naar stakeholders.

Welke categorieën zijn in 2026 meestal het belangrijkst?

Niet iedere organisatie heeft met alle emissiefactoren te maken. In de praktijk zijn vooral deze categorieën relevant:

Energie

  • aardgas
  • elektriciteit
  • stadswarmte of warmtenetten
  • koudelevering

Vervoer en mobiliteit

  • personenauto’s per brandstoftype
  • bestelbussen en vrachtvervoer
  • trein, openbaar vervoer en zakelijke kilometers
  • brandstoffen voor voertuigen en soms schepen

Brandstoffen en alternatieve energiedragers

  • diesel, benzine en LPG
  • HVO, bio-CNG en bioethanol
  • groengas
  • mengvormen met fossiele en biogene componenten

Overige relevante stromen

  • afvalwater
  • afvalverwerking
  • koudemiddelen
  • oplosmiddelen of procesemissies, als die voor jouw organisatie relevant zijn

Wat betekenen wijzigingen in emissiefactoren voor je CO2-footprint?

Een update in CO2 emissiefactoren 2026 kan drie soorten impact hebben op je footprint. Ten eerste verandert de absolute uitstoot van een categorie. Ten tweede verandert de verhouding tussen emissiebronnen onderling. Ten derde verandert mogelijk de interpretatie van je reductieprestaties ten opzichte van voorgaande jaren.

Stel dat de elektriciteitsfactor daalt, terwijl je stroomverbruik gelijk blijft. Dan gaat je scope 2-uitstoot omlaag zonder dat je operationeel iets hebt aangepast. Het omgekeerde kan ook: je wagenpark blijft gelijk, maar door aangepaste vervoersfactoren lijkt de uitstoot toe te nemen. Daarom is het verstandig om in je analyse altijd apart te benoemen:

  • effect van activiteit
  • effect van factorwijziging
  • effect van methodekeuze

Zo houd je managementinformatie bruikbaar en voorkom je dat cijfers verkeerd worden geïnterpreteerd.

Praktische aanpak voor het correct gebruiken van CO2-emissiefactoren 2026

  1. Bepaal eerst het verslagjaar en de scope van je rapportage.
  2. Verzamel activiteitendata per emissiebron, zoals kWh, liters, kilometers of tonnen.
  3. Kies per categorie de juiste emissiefactor 2026 en controleer de definitie.
  4. Let op methodeverschillen zoals location-based, market-based, WTT, TTW en WTW.
  5. Leg bron, versie, datum en aannames vast in je rekendossier.
  6. Controleer of er recente correcties of updates zijn gepubliceerd.
  7. Maak bij jaarvergelijkingen expliciet welke rekenmethode je gebruikt.

Deze werkwijze helpt om je footprint niet alleen juist te berekenen, maar ook uitlegbaar en reproduceerbaar te maken voor auditors, klanten en interne stakeholders. Een zorgvuldige dataverzameling van energieverbruik is daarbij net zo belangrijk als de factor zelf.

Veelgemaakte fouten bij emissiefactoren 2026

  • Factoren uit verschillende jaren door elkaar gebruiken
  • Geen onderscheid maken tussen location-based en market-based stroom
  • TTW en WTW met elkaar vergelijken alsof het dezelfde rekenbasis is
  • Biogene emissies onduidelijk verwerken of dubbel tellen
  • Geen versiebeheer of bronvermelding opnemen
  • Vergeten om correcties met terugwerkende kracht te beoordelen
  • Trendanalyses presenteren zonder te corrigeren voor factorwijzigingen

CO2 emissiefactoren 2026 laten toepassen in jouw organisatie

Voor veel bedrijven zit de uitdaging niet in het vinden van een emissiefactor, maar in de juiste toepassing ervan. Welke factor hoort bij welke datastroom? Wanneer gebruik je location-based of market-based stroom? Moet mobiliteit op TTW of WTW worden berekend? En hoe leg je keuzes zó vast dat je berekening auditproof blijft?

Dutch Carbon Consultants helpt organisaties met het correct toepassen van actuele Nederlandse emissiefactoren in CO2-footprints, nulmetingen, CO2-rapportages, reductieroadmaps, CO2-Prestatieladdertrajecten en CSRD-gerelateerde analyses. Daarbij kijken we niet alleen naar de berekening zelf, maar ook naar de onderbouwing, transparantie en bruikbaarheid van de uitkomst voor sturing en verantwoording. Lees meer over onze Ondersteuning bij emissiefactoren en dataverzameling.

Meer weten? Neem contact op.

Waar vind ik de juiste CO2 emissiefactoren 2026?

Voor Nederlandse rapportages wordt vaak gewerkt met actuele Nederlandse emissiefactoren uit erkende bronnen. Belangrijker dan alleen de bron is dat je vastlegt welke versie en datum je hebt gebruikt, zodat je berekening later herleidbaar blijft.

Moet ik voor een footprint over 2026 altijd de emissiefactoren 2026 gebruiken?

Ja, in de meeste gevallen gebruik je de factoren van het verslagjaar. Alleen als een specifieke norm, klantvraag of interne rekenmethode iets anders voorschrijft, kun je daarvan afwijken. Leg zo’n keuze dan altijd expliciet vast.

Wat is het verschil tussen location-based en market-based elektriciteit?

Location-based rekent met de gemiddelde netmix. Market-based kijkt naar de contractueel ingekochte stroom. Beide kunnen relevant zijn, maar ze leiden vaak tot andere uitkomsten. Daarom moet je duidelijk aangeven welke methode je gebruikt.

Wanneer gebruik ik TTW, WTT of WTW?

TTW gebruik je voor emissies tijdens gebruik, WTT voor ketenemissies vóór gebruik en WTW voor het totaal. Welke benadering passend is, hangt af van het doel van je berekening en de rapportagestandaard die je volgt. Voor organisaties die hierbij ook de emissiecategorieën beter willen duiden, is een heldere uitleg van scope 1, 2 en 3 een nuttige basis.

Kunnen emissiefactoren later nog worden aangepast?

Ja, dat kan. Soms gaat het om correcties of inhoudelijke wijzigingen die ook gevolgen hebben voor eerdere berekeningen. Daarom is goed versiebeheer belangrijk, zeker als je cijfers extern deelt of gebruikt voor certificering.

Waarom verandert mijn CO2-footprint terwijl mijn verbruik bijna gelijk is gebleven?

Dat komt vaak doordat emissiefactoren zijn geactualiseerd. Een aangepaste stroommix, nieuwe mobiliteitsdata of gewijzigde ketenfactoren kunnen je uitkomst veranderen zonder dat je operationeel veel hebt aangepast.

Hoe maak ik jaar-op-jaar vergelijkingen betrouwbaar?

Maak vooraf een duidelijke keuze: vergelijken op basis van originele jaarfactoren of herrekenen met een vaste methodiek. Zonder die keuze loop je het risico dat factorwijzigingen worden verward met echte prestatieverandering.

Kan Dutch Carbon Consultants helpen met het kiezen en toepassen van emissiefactoren?

Ja. We ondersteunen organisaties bij het selecteren, documenteren en toepassen van actuele emissiefactoren voor CO2-footprints, rapportages en reductieplannen, inclusief de methodische keuzes die daarbij horen.

Schrijft u zich nu in voor onze nieuwsbrief!