Datum Gepubliceerd: 06.02.2026
Laatste Update: 06.02.2026
Geplaatst Door
img

Zoek je een heldere, praktische scope 1 2 3 gids? In dit artikel lees je precies hoe je scope 1, 2 en 3 emissies definieert, berekent en terugbrengt. We plaatsen alles in de context van het GHG-protocol, Global Warming Potential en relevante kaders zoals de CO2-Prestatieladder en SBTi, zodat je gericht kunt sturen op CO2-reductie.

 

Waarom de indeling in scopes werkt voor jouw organisatie

De indeling in scope 1, 2 en 3 is ontwikkeld binnen het GHG-protocol om emissies eenduidig toe te wijzen en dubbeltelling te voorkomen. Voor jou betekent dit: je brengt eerst je directe emissies in kaart (scope 1), daarna de emissies van ingekochte energie (scope 2) en vervolgens de emissies in je waardeketen (scope 3). Die systematiek maakt je CO2-footprint vergelijkbaar, auditbaar en bruikbaar voor doelen en beleid.

Operationeel helpt het je om per scope andere hefbomen te kiezen. Scope 1 gaat vaak over eigen installaties en voertuigen - dat vraagt technische maatregelen, onderhoud en gedrag. Scope 2 draait om je inkoopstrategie voor elektriciteit, warmte of koeling en om energiebesparing. Scope 3 vergt samenwerking met leveranciers en klanten, productontwerp en logistiek. Dezelfde indeling wordt gebruikt in frameworks als de CO2-Prestatieladder en bij Science Based Targets, zodat je meetresultaten naadloos aansluiten op certificering en doelstellingen.

Praktisch voordeel: je kunt snel starten met scope 1 en 2, terwijl je voor scope 3 gefaseerd prioriteiten stelt op basis van materialiteit. Zo werk je van inzicht via reductie naar borging in beleid en contracten. Dutch Carbon Consultants ondersteunt hierbij - van nulmeting en CO2-footprint tot validatie van SBTi-doelen en begeleiding voor de CO2-Prestatieladder. Lees hoe we dit aanpakken in onze dienst CO2-footprint voor bedrijven.

 

Het GHG-protocol in het kort

Het GHG-protocol is wereldwijd de standaard voor het meten en rapporteren van broeikasgasemissies. Het onderscheidt een corporate carbon footprint (organisatiebrede emissies) en product carbon footprints (emissies over de levenscyclus van een product of dienst). Kernstappen zijn: organisatorische en operationele grenzen vaststellen, datakwaliteit borgen, emissiefactoren toepassen en resultaten rapporteren in CO2-equivalenten. Deze aanpak sluit aan op eisen uit o.a. CSRD en de CO2-Prestatieladder. Gebruik de Actuele emissiefactoren Nederland bij je berekeningen.

 

Broeikasgassen en het Global Warming Potential

Niet elk broeikasgas warmt de aarde even sterk op of blijft even lang in de atmosfeer. Het Global Warming Potential (GWP) vergelijkt de opwarmingsimpact van gassen met CO2 over een periode van 100 jaar. Daarmee reken je emissies om naar CO2-equivalenten (CO2e), zodat je één totaal kunt rapporteren en prioriteiten kunt bepalen.

Veelgenoemde gassen zijn CO2, methaan (CH4) en lachgas (N2O). Als indicatie worden in veel methodieken GWP100-waarden gebruikt (bijv. CH4 ~28 en N2O ~265, afhankelijk van de gekozen bron en versie). Voor koudemiddelen en procesgassen kunnen GWP-waarden extreem hoog zijn, wat kleine lekverliezen ineens materieel maakt. Daarom hoort GWP-keuze bij je rekenmethodiek - wees consistent en documenteer welke bron je hanteert. Dit maakt je inzichten betrouwbaar en je voortgang vergelijkbaar in de tijd.

 

Scope 1, 2 en 3 in één oogopslag

Scope Wat je meet Typische databron
Scope 1 Directe emissies uit eigen bronnen Brandstofbonnen, tankpassen, meterstanden, onderhoudsrapporten
Scope 2 Indirecte emissies van ingekochte energie Energierekeningen, meetdata, garanties van oorsprong of PPA's
Scope 3 Overige indirecte emissies in de waardeketen Inkoopdata, logistieke data, leveranciersdata, gebruiks- en afvalgegevens

Scope 1 - directe emissies

Scope 1 omvat emissies uit bronnen die je zelf bezit of beheert. Denk aan verbranding van aardgas in je pand, diesel of benzine in je eigen voertuigen en procesemissies of koudemiddellekkages. Belangrijke keuzes zijn grensafbakening (welke entiteiten en locaties tel je mee), datakwaliteit en controle op lekverliezen. Vaak zijn scope 1 maatwerkprojecten effectief: bijvoorbeeld optimalisatie van stookinstallaties, elektrificatie van het wagenpark of betere detectie en onderhoud van koelinstallaties. Omdat data meestal in eigen systemen staan, kun je hier relatief snel reducties realiseren en aantonen.

Scope 2 - indirecte energie-emissies

Scope 2 betreft emissies van ingekochte elektriciteit, warmte, stoom of koeling. Het GHG-protocol onderscheidt location-based rapportage (op basis van netgemiddelde emissiefactoren) en market-based rapportage (op basis van je specifieke inkoopmix met garanties van oorsprong of PPA's). Beide perspectieven geven samen het beste beeld. Besparen begint met energie-efficiëntie en optimalisatie van bedrijfstijden, gevolgd door vergroening van inkoop. Let op uitzonderingen: bij eigen opwek met zonnepanelen rapporteer je geen scope 2 voor het zelfgeconsumeerde deel, maar mogelijk wel scope 3-extra voor productie van de panelen - dat valt dan buiten scope 2.

Scope 3 - emissies in de waardeketen

Scope 3 omvat alle overige indirecte emissies, upstream en downstream. Voor veel organisaties is dit het grootste deel van de CO2-footprint. Prioriteren is cruciaal: breng eerst in kaart welke categorieën materieel zijn en zet daar in op betere data en reductie. Het GHG-protocol onderscheidt 15 categorieën:

  • Ingekochte goederen en diensten
  • Kapitaalgoederen
  • Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten
  • Upstream transport en distributie
  • Afvalverwerking
  • Zakelijke reizen
  • Woon-werkverkeer
  • Upstream verhuurde activa
  • Downstream transport en distributie
  • Verwerking van verkochte producten
  • Gebruik van verkochte producten
  • Einde levensduur van verkochte producten
  • Downstream verhuurde activa
  • Franchises
  • Investeringen

Wil je per categorie weten wat er precies onder valt en hoe je het aanpakt? Lees de volledige uitleg over Scope 3 ketenemissies en categorieën.

Start met een hotspotanalyse op basis van uitgaven (spend-based) en verbeter waar relevant met activity-based data uit de keten. Denk aan leveranciersspecificaties, LCA-gegevens of primaire logistieke data. Voor productgedreven bedrijven loont een product carbon footprint om ontwerpkeuzes te sturen. Dutch Carbon Consultants helpt je met materialiteitsbepaling, dataverzameling en ketensamenwerking - inclusief LCA's en het opstellen van science-based reductiedoelen.

 

Meten en rapporteren: van inzicht naar aantoonbare voortgang

Meten doe je consistent volgens het GHG-protocol, met duidelijke aannames en bronverwijzingen. In de EU vraagt CSRD om robuuste rapportages en aandacht voor scope 3 materialiteit. In Nederland biedt de CO2-Prestatieladder een praktische route naar reductie met audits en transparantie-eisen. SBTi-doelstellingen en validatie helpt je doelen te ijken aan klimaatwetenschap. Een logisch traject is: nulmeting en baseline, materialiteit en prioriteiten, reductiestrategie per scope, governance en monitoring. Voor compliant rapporteren en assurance binnen Europese vereisten: zie onze CSRD- en ESRS CO2-rapportage. Starten met meten? Volg het CO2-voetafdruk berekenen: stappenplan. Van inzicht naar actie? Vertaal dit naar een reductiestrategie en roadmap.

 

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen scope 1, 2 en 3?

Scope 1 zijn directe emissies uit eigen bronnen. Scope 2 zijn indirecte emissies van ingekochte energie. Scope 3 zijn overige indirecte emissies in je waardeketen, zowel upstream als downstream. Samen geven ze een compleet en vergelijkbaar beeld van je CO2-footprint.

Wat valt onder scope 2?

Scope 2 omvat emissies van ingekochte elektriciteit, warmte, stoom en koeling. Je rapporteert zowel location-based (netgemiddelde) als market-based (op basis van je inkoopmix, zoals garanties van oorsprong of PPA). Efficiëntie en vergroening van inkoop zijn de belangrijkste hefbomen.

Is gasverbruik scope 1 of 2?

Gasverbruik voor verwarming of processen op je eigen locatie valt onder scope 1, omdat het om directe verbranding in eigen beheer gaat. Alleen ingekochte energie die extern is opgewekt (zoals stadswarmte of elektriciteit) valt onder scope 2.

Wat valt er onder scope 3?

Scope 3 omvat 15 categorieën, zoals ingekochte goederen en diensten, kapitaalgoederen, transport, zakelijke reizen, woon-werkverkeer, gebruik van verkochte producten en einde levensduur. Welke categorieën materieel zijn, verschilt per organisatie en sector.

 

Zo helpt Dutch Carbon Consultants je verder

Wil je snel en solide aan de slag met scope 1, 2 en 3? Met CO2-footprint berekeningen, begeleiding voor de CO2-Prestatieladder, SBTi-trajecten en LCA-studies vertalen we jouw ambities naar meetbare, aantoonbare resultaten.

Meer weten? Neem contact op.

Schrijft u zich nu in voor onze nieuwsbrief!