Je CO2-voetafdruk volgens het GHG Protocol berekenen is de basis voor geloofwaardige klimaatsturing, rapportage en audits. Deze gids zet kort en praktisch uiteen wat CO2e betekent, hoe scopes 1, 2 en 3 werken, welke emissiefactoren je wanneer gebruikt - inclusief WTT, TTW en WTW - en hoe dit aansluit op CSRD en de CO2-Prestatieladder. Met concrete stappen en een rapportage-checklist kun je direct aan de slag. Nieuw in het onderwerp? Begin bij CO2-voetafdruk berekenen: stappenplan.
Wat is een CO2e-voetafdruk?
Een CO2e-voetafdruk drukt alle relevante broeikasgassen uit in CO2-equivalenten. Dat is nodig omdat gassen zoals methaan en lachgas per kilogram een andere klimaatimpact hebben. Door de impact te herleiden naar CO2e met een GWP100-waarde vergelijk je alles op één schaal. In je organisatie- of productvoetafdruk tel je directe emissies op met indirecte emissies uit aangekochte energie en de waardeketen. Zo ontstaat een compleet beeld van waar je uitstoot ontstaat en waar reductie het meeste effect heeft.
Het GHG Protocol in het kort: scopes 1, 2 en 3
Het GHG Protocol is de wereldwijd gebruikte standaard om broeikasgasemissies te meten en te rapporteren. Het verdeelt emissies in drie scopes zodat duidelijk is wat je direct veroorzaakt en wat in de keten ontstaat. Wil je dit toepassen in jouw organisatie? We helpen je graag met een footprint conform het GHG Protocol.
Scope 1 - directe emissies
Verbranding in eigen ketels en voertuigen, koudemiddellekkage, procesemissies. Reken met verbruiksdata en TTW-emissiefactoren voor de verbranding zelf.
Scope 2 - aangekochte energie
Emissies door opgewekte elektriciteit, warmte of stoom die je inkoopt. Rapporteer bij voorkeur location-based en market-based: respectievelijk het netgemiddelde en jouw contractmix met bv. GvO’s.
Scope 3 - overige indirecte emissies
Upstream en downstream ketenemissies, van ingekochte goederen en diensten tot woon-werkverkeer, afval, transport door derden en het gebruik en einde levensduur van jouw producten. Scope 3 is vaak het grootste deel van je totaal en vraagt om slimme prioritering.
Emissiefactoren en data: zo reken je betrouwbaar
Emissies bereken je door activiteitendata te vermenigvuldigen met emissiefactoren. Werk bij voorkeur activity-based: liters, kWh, tonkilometers, kilogram materiaal. Gebruik spend-based alleen als startpunt of back-up wanneer activiteitendata ontbreken, en verbeter de kwaliteit stap voor stap. Werk gestructureerd met een duidelijk proces en raadpleeg actuele referenties zoals Actuele emissiefactoren Nederland.
Veelgebruikte bronnen zijn onder meer de SKAO-database voor de CO2-Prestatieladder, DEFRA, ecoinvent en WFLDB. Documenteer altijd versiejaar en aanpassingen. Voor elektriciteit onderscheid je location-based en market-based factoren; voor brandstoffen hanteer je de juiste ketengrens:
- TTW - verbranding aan uitlaat of schoorsteen. Gebruik in scope 1 voor eigen verbranding en in scope 3 use-phase van verkochte producten.
- WTT - winning, raffinage en transport van brandstoffen. Rapporteer in scope 3, categorie brandstof- en energiegerelateerde activiteiten.
- WTW - WTT + TTW samen. Gebruik dit alleen als je niet apart over scopes rapporteert of voor product-LCA’s waarbij één ketencijfer nodig is.
Let op dubbeltelling: combineer geen WTW-factor in scope 1 met nogmaals WTT in scope 3. Splits TTW en WTT wanneer je scopes afzonderlijk rapporteert.
Scope 3: categorieën en pragmatische aanpak
Begin met een screening om materiaal te bepalen en focus op de grootste posten. Werk met de datahiërarchie: leverancier-specifieke data waar mogelijk, anders modeldata of spend-based ter oriëntatie. Typische materiële categorieën zijn:
- Ingekochte goederen en diensten - materiaal- en dienstenaankopen
- Kapitaalgoederen - gebouwen, machines, voertuigen
- Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten - WTT van brandstoffen en elektriciteit
- Transport en distributie - door derden
- Woon-werkverkeer en zakenreizen
- Afvalverwerking
- Gebruik en end-of-life van verkochte producten
Lees ter verdieping Scope 3 ketenuitstoot: categorieën volgens GHG-protocol. Leg aannames vast, betrek leveranciers en verbeter jaarlijks de datakwaliteit. Na de meting start je met een CO2-reductiestrategie en roadmap.
CSRD, ESRS en de CO2-Prestatieladder
De CSRD verplicht grote bedrijven te rapporteren volgens ESRS-standaarden. ESRS E1 verwijst naar internationaal erkende methoden - het GHG Protocol is de facto basis voor scope 1, 2 en 3-metrics, inclusief location-based en market-based elektriciteit. De CO2-Prestatieladder van SKAO gebruikt dezelfde logica voor inventarisatie maar voegt eisen toe voor governance, reductiedoelen en transparantie. Werk je conform het GHG Protocol, dan leg je een solide fundament voor zowel CSRD-rapportage als Ladder-audits. Lees meer over CSRD en ESRS: CO2-rapportage.
Systeemgrenzen, consolidatie en dubbeltelling
Definieer je organisatorische grens volgens het GHG Protocol en pas deze consequent toe: financieel-control, operationeel-control of equity share. Leg vast hoe je joint ventures en franchiseformules meeneemt. Kies voor organisatie-, product- of event-footprint en beschrijf de functionele eenheid en periode. Voorkom dubbeltelling door duidelijke scope-toewijzing, aparte WTT-rapportage in scope 3, en heldere keuzes rond leasecontracten en outsourced activiteiten. Documenteer uitzonderingen en materialiteitsgrenzen.
Transparant rapporteren - praktische checklist
- Periode en baseline - kalenderjaar, basisjaar en regels voor herberekening bij structurele wijzigingen
- Organisatorische en operationele grenzen - consolidatiemethode, scope-definities
- Activiteitsdata - bronnen, datadekking, steekproeven en aannames
- Emissiefactoren - bron, versiejaar, WTT-TTW-keuzes, location- en market-based elektriciteit
- Scope 3-afbakening - opgenomen categorieën en motivatie van eventuele uitsluitingen
- Datakwaliteit - activity-based vs spend-based, onzekerheden
- Reductiemaatregelen en doelen - KPI’s, governance en verantwoordelijkheden
- Certificaten en inkoop van hernieuwbare stroom - GvO’s, garantieperiode en residual mix
- Compensatie - apart en transparant rapporteren, niet optellen bij reducties
Hoe Dutch Carbon Consultants je helpt
Wij begeleiden je van nulmeting tot auditklare rapportage. Wil je je CO2-footprint laten berekenen? We identificeren emissiebronnen, verzamelen en valideren data, kiezen passende emissiefactoren en bouwen een footprint conform het GHG Protocol. Daarnaast helpen we met CSRD-rapportage, de CO2-Prestatieladder en LCA’s voor producten. Praktisch, gestructureerd en met focus op meetbare reductie.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen CO2 en CO2e?
CO2 is één broeikasgas. CO2e is een rekeneenheid waarin alle relevante broeikasgassen worden uitgedrukt op basis van hun GWP100-waarde. Zo tel je methaan, lachgas en andere gassen eerlijk op en vergelijk je appels met appels.
Welke emissiefactor moet ik kiezen voor elektriciteit?
Rapporteer zowel location-based als market-based. Location-based gebruikt het netgemiddelde van je land of regio. Market-based volgt je contractmix, inclusief GvO’s. Rapporteer de bron en het jaar van de gebruikte factoren en de residual mix.
Hoe begin ik met scope 3?
Start met een screening op basis van inkoop, logistiek en productgebruik. Bepaal de grootste categorieën, kies geschikte methoden per categorie en verzamel activity-based data waar mogelijk. Werk aannames uit en verbeter jaarlijks de datakwaliteit.
Meer weten? Neem contact op.